NL | FR

Parkje bij nieuwbouwappartementen

In het najaar van 2008 werd begonnen met de beplanting van deze tuin. 
Het benedendeel is gemeenschappelijk voor alle bewoners, het bovendeel zijn privé tuintjes.  

De basisaanleg was al gebeurd door de bouwaannemer en de fouten waren gemaakt  : het zanderige terrein was volgestouwd met bouwafval, het gazon zat vol met uitstekende stenen en het dolomietpad was zonder afboording aangelegd op de blote aarde. 

Als goed begonnen half gewonnen is, is slecht begonnen wel zeker verloren ? 

Bij aanleg geldt vaak dat goedkoop duurkoop is en voorlopige oplossingen blijken vaak weggegooid geld. 
Zoals het dolomietpad, aangelegd zonder filterdoek en zonder afboording. De dolomiet raakt dan dadelijk vermengd met grond en groeit binnen de kortste keren vol onkruid. Onderhoud hiervan zonder herbiciden wordt dan zeer moeilijk. 

De milieuvriendelijke tuin en de onderhoudsvriendelijke tuin... alles begint bij de aanleg

Voor de beplanting van het talud tussen boven- en benedentuin kozen we robuuste onderhoudsvriendelijke heesters. 
Voor de zijkanten opteerden we voor gemengde hagen die deels vrijgroeiend zullen zijn en dus niet veel onderhoud zullen vergen. De strakke lijnen werden doorbroken door breeduitgroeiende struiken in te lassen. 
Hoe verder van het gebouw hoe meer inheemse soorten werden gebruikt.
Eerst hadden de bewoners een tuin voor ogen  met kleine massiefjes en veel versnippering. We konden hen echter overtuigen van het parkconcept met grotere ruimtes en enkele bomen.

Het regenwater van het dak wordt afgevoerd naar een grote infiltratieput.

Aanvankelijk wilden de bewoners een groenscherm (bamboe of Rhododendron) om het zicht op de put af te schermen. 
Zo zou echter een groot deel van de tuin visueel verloren gaan. 
Daarbij zagen we bamboe of Rhododendron al helemaal niet zitten op die plaats. Het zicht vanaf het gebouw naar de wijdere omgeving oogt immers vrij natuurlijk met verschillende grote bomen.  
We wilden aantonen dat de vermaledijde put ook mogelijkheden had, meer zelfs dat hij misschien wel hèt aandachtspunt van de tuin kon worden. 

Wisselvochtig, een zuidhelling en een noordhelling, telkens totaal verschillende standplaatsen.  Deze diversiteit vraagt om een aangepaste beplanting. En zo krijg je biodiversiteit.
Vaste planten werden aangeplant, vooral inheemse soorten maar ook uitheemse - met een natuurlijk aandoend karakter. 
Aanvankelijk waren sommige bewoners dit idee niet zeer genegen maar de goodwill lijkt te groeien naarmate de put zich ontwikkelt en bloeit.

Zo slaagden we erin een klein parkje te scheppen waarin ook wat plaats is ingeruimd voor de natuur.